Dansen bestond in de Prehistorische tijd al, dat weten we omdat we tekeningen en tekens in grotten hebben gevonden. Een tijd later ( tijd van de oude Grieken en Romeinen) dansten de mensen nog steeds. In de middeleeuwen werd dansen in Europa afgeschaft door de kerk. Men vond het niet passend bij de christelijke levensstijl. Later in de Renaissance werd dansen rond 1450 weer heel populair.
De eerste dansen die op papier stonden komen uit 1670. Die werden geschreven door Lodewijk de 16e en Louis Percourt. Vroeger werd er in groepen gedanst en iedereen kon mee doen. Ze dansten toen in rijen of kringen, dat zie je terug in volksdansen. In de achttiende eeuw werd de Weense Wals gedanst. De mensen vonden deze dans onfatsoenlijk en ongezond. In 1912 kwam de Tango voor het eerst in Nederland maar de Paus verbood de dans voor de Katholieken. Maar toch werd die veel gedanst.
De dansscholen liepen in de jaren 60 leeg, dat kwam omdat de tijd van de ruwe muziek in kwam maar dat draaiden de dansscholen niet. De jeugd wilde geen klassieke muziek en stijldansen raakte daar dus van uit. De jeugd had liever Rock & Roll, Twist, Beat, Soul, House en Breakdance .
Dans was van het begin van de beschaving wel zeker een belangrijk deel van ceremonies, rituelen en verjaardagen. Ook werd het toen al als vermaak gebruikt. In de Chinese mythologie is de godheid Kui de ‘uitvinder’ van dans.
Ballet werd ongeveer in de 15e 16e eeuw al gedaan, Hip Hop in het midden van de jaren 70 en streetdance kwam in het begin van de jaren 80.